Montessori nostalgie
Ik ben een produkt van het Montessori onderwijs. Ik heb zelf nooit geweten wat 'Montessori' onderwijs nu precies betekende of inhield. Het is mij ook nooit echt uitgelegd. In ieder geval werd ik als eersteklassertje al snel gedwongen tot overmatige zelfstandigheid. Dit nekte mij al in het ' eerste blok' van het schooljaar. Je kreeg een berg werk op en dit moest je binnen 6 weken afmaken. Hier heb je het 'kleurvel' alsjeblieft, veel plezier! Sommige mensen geloven niet eens als ik vertel dat we onze eigen toetsen in mochten delen en mochten maken wanneer wel wilden. En dat ging zo gemakkelijk. Op het Montessori onderwijs leer je goed valsspelen en manipuleren. Misschien dat ze dat bedoelen onder het uithangbord 'zelfstandigheid?'.
Verwende Montessori uurtjes
We hadden normale schooldagen van ongeveer half 9 tot 3 uur. Dit werd uiteraard steeds minder naarmate je klassen hoger kwam. In de eerste klas had ik elke dag lang les en op woensdag tot half 2. Woensdag was een feestdag. In de 4e klas zou ik daar naar alle waarschijnlijkheid aan sterven. In de 4e en 5e klas hadden we soms maar 3 tot 4 uur les per dag en ervaarden we dat als 'lang'. We hadden normale schooldagen maar abnormale pauzes. En dat was heerlijk. Eigelijk was het Montessori 1 groot feestje. Elke school had eerst een kwartiertje pauze, dan een half uurtje en dan met geluk nog een kwartiertje op een dag van 8 uur. Wij hadden als Montessori-kindjes om de 2 uur een half uur pauze. Ik was niet anders gewend maar het was een ware zegen. Ik heb in de schoolpauzes verschillende rituelen gehad. Eerst was het hangen met klasgenootjes die ik nog niet zo goed kende. Daarna vond ik nieuwe pauzemaatjes en ging ik actief aan het ezelen. Dit ging gepaard met een kop thee (uit je eigen beker die je aan et begin van het jaar moest meenemen) en 5 speculaasjes. Dat alles voor 30 cent. Gelukkig waaide deze angstaanjagende gewoonte snel over en vond ik een groepje vriendinnetjes in mijn klas. Toen gingen de rituelen over op 'naar het winkeltje', 'naar de bakker' of als een kleuter spelen op de speeltuintjes die voor de school lagen. Dit 'spelen' kan worden ondergebracht onder de catogorie 'hangen' of 'bijna molesteren'. We hebben er naar mijn herinnering nooit kleuters vanaf hoeven te gooien. Met dropmaandjes en kikkertjes in de hand overleefde ik elke pauze. Tenzij ik woordjes moest opzeggen of toetsen moest maken. Dan zat ik in de pauze in het lokaal met mijn vriendinnetjes te leren. Althans, ik probeerde te leren terwijl 1 vriendinnetje een seks of drugscene uit een 'tienerboek' voorlas en andere vriendinnetjes en schoolbord volkalkte. Dankzij Dirck Bracke wist ik al op 12 jarige leeftijd hoe een herioneshot precies werkte. Maar dit ging niet ten koste van mijn franse woordjes die ik het volgende uur in het overvolle lokaal moest opzeggen.
Keuzewerktijd
Je had elke dag 2 uur 'keuzewerktijd'. Dit heb je tegenwoordig in de 2e fase ook alleen ben ik daar de naam van vergeten. Het was in de 2e fase wel een zegen om op een montessori schooltje te zitten, het kwam precies met elkaar overeen en ik was helemaal voorbereid. In de keuzewerktijd kon je 'vrij werken', toetsen maken of woordjes opzeggen. Kinderen op andere scholen, zoals mijn broer, hadden over elk lijstje woordjes een 'SO' (schriftelijke overhoring). Wij hoefden ze slechts op te zeggen bij de docent. De docent had overigens altijd de naam 'Frits, fritsie, Hanneke, Hannie'. We hadden nooit het woord 'meneer' of 'mevrouw' in de mond genomen, dit was volgens Maria Montessori niet nodig, en dat was fijn. Er heerste een informele sfeer in de klas.
Als ik dan mijn lijstje woordjes frans uit mijn hoofd had geleerd moest ik mijzelf weken, of dagen van tevoren op de lijst zetten voor overhoring. Dan werd ik tijdens keuzewerktijd geroepen om op te zeggen. Dit ging altijd gepaard met herrie van andere leerlingen en chaos, vooral aan het eind van het blok wanneer iedereen zich oppeens realiseerde dat het werk af moest. Dan was het kwestie om jezelf door de Jungle van nakijkboeken en leerlingen naar het bureau van je leraar te begeven. Dit ging niet altijd zonder slag of stoot en het was een hele strijd om aan het eind van het blok de keuzewerktijd van het gewilde (A.K.A achterlopende) vak te bemachtigen. Ik weet nog goed dat ik me met mijn Kipling-backpakkers-model-tas mijzelf door de menigte wrong om als een van de eerste voor de deur te staan. Want je MOEST dat lokaal in, voor mij hing mijn leven er vanaf en ik was dan ook medogenloos als het om de laatste keuzenwerktijd ging. En dat stortte je je tas op de tafel en slaakte je een diepe zucht van opluchting: dit uur kon je je blok afronden en je kleurvelletje inkleuren.
Kleurvellen
Kleurvellen inkleuren was altijd een groot feest. Het lege kleurvel aan het begin van het blok was legaal, dat mocht. Hij moest wel echter na een tijdje goed rood-kleuren anders was je de pineut voor dit blok. Iedereen had een heilig potlood of stift waarmee het kleurvel werd ingekleurd. Als je iets af had nam je gretig je kleur vel in hand en begon je heftig te kleuren, en netjes en binnen de lijntjes. Hoe voller het kleurvel eruitzag, hoe beter dus elk milimetertje dat een kleurtje verdiende werd direkt aangevallen.
Toetsje hier, toetsje daar
Als je een hoofdstuk af had van het 1 of het ander mocht je de toets maken. Dit ging nooit klasikaal, want zoals ik al zei, je mocht zelf weten wanneer je de toets maakte. Dan ging je naar keuzewerktijd en vroeg je de toets aan de docent. Je kreeg de toets (je wist nooit a,b,c of d) en mocht die in de klas tussen je vriendinnetjes en andere schoolgenoten gaan maken. Ik nam altijd een vriendinnetje mee naar een toets. Samen maken was geen mogelijkheid, dan werden we uit elkaar gezet. Eentje meenemen was een goed idee, vooral bij scheikunde. Ik heb scheikunde overleeft dankzij mijn vriendinnetjes. Ik leerde wel altijd voor een toets en vroeg de helft aan mijn overbuurvrouw. Deze kon luid kwetterend de antwoorden voorschallen, keuzewerktijd was altijd zo chaotisch dat de docent er geen oog voor had. Toch had je soms pech en werd je apart gezet of alleen aan een tafeltje. meestal redde ik mij hier wel uit maar soms drong de tijd zo erg en had ik niet geleerd, dan was ik de pineut. Gelukkig mocht je alles nog 20 keer herkansen.
Plannen
Montessori was leuk, je fietste er doorheen en het was een groot zelfstandig feest. De eerste dagen van het blok voerde je niks uit. Soms zei ik al wat woordjes op en voelde ik mij heel trots. Midden in het blok begon de stress en begon ik te werken. Een probleem wat ik in het eerste jaar ontdekte was dat ik niet kon plannen en dan ben je op Montessori school tamelijk genaaid. Ik heb toen hulp gezocht bij het plannen en zo ben ik de andere 2 jaren van de onderbouw doorgekart. Met planschrift in de ene hand en kleurvel in de andere hand. Ik plande alles en hield mij aan mijn planning want de afspraken voor overhoringen stonden al aan het begin van het blok.
Zelfstandigheid, (A.K.A geen uitleg)
Elke les was zelfstandig werken, slechts een paar leraren namen de moeite om stof uit te leggen. Ik kan mij nog herinneren dat mijn geschiedenisleraar in de onderbouw elk lesuur voor de helft spoorloos verdwenen was. 'Want hij was ook deelschoolleider'. Blijkbaar gaf hem dat het recht om elk lesuur te verdwijnen. Dus van uitleg of leuke geschiedenis verhalen was geen sprake. Ik vond geschiedenis ook erg saai tot de 4 klas. Toen kreeg ik oppeens een docent die elke les een onderwerp behandelde en tot mijn grote verbazing vond ik dit heel boeiend. Ik luisterde ademloos naar deze man en zijn uitwijdingen over de koude oorlog. Door hem ben ik te weten gekomen dat geschiedenis boeiend is. Helaas heb ik dit niet kunnen ervaren in de onderbouw.
Nu ik erover nadenk vraag ik me af wat leraren nu precies deden op Montessori school. Wij keken ons eigen werk na en planden onze eigen werkzaamheden. We hadden altijd een goede relatie met de leraren maar ze gafen maar weinig les. Uitleg was altijd kort en niet echt te volgen. Vooral wiskunde is een vak dat op montessori school niet werkt. Wiskunde moet je uitleggen om het te kunnen begrijpen, ik kon niet zomaar beginnen met sommen maken als het niet werd uitgelegd. Daarom was wiskunde altijd een kriem. Niemand kon het me uitleggen tot ik wederom in de 4e een nieuwe leraar kreeg die het me wel uit kon leggen. Toen haalde ik goede cijfers. Helaas ging de goede man weer met pensioen en heb ik Wiskunde in de 4e afgesloten met een zesje. Ach, het werd toch niet mijn beroep.
Verslag
Wat ook kenmerkend is aan Montessori school is dat we na elk blok een verslag kregen. Dit was een diagrammetje met plusjes, dubbele plusjes, driedubbele plusjes, plusminnetjes en minnetjes. Voor buitenstaanders onbegrijpelijk, voor Montessori-slachtoffers een duidelijk overzicht van de werkzaamheden. In dit verslag werd duidelijk wat de kwaliteit van je werk was en of je alle opgegeven zooi op tijd had afgemaakt. Hoe meer huidige hele cijfers hoe beter. Naast het verslag stond altijd een bericht van je mentor. Dit kwam neer op een soort 'Jel' die je soms op tv hoorde. Dingen zols 'schouders eronder!' of "goed gewerkt!' kwamen aan iedereen voorbij.
En dan begon het blok opnieuw en had je een leeg kleurvel om in te kalken, nieuw werk om in te plannen en nieuwe keuzewerktijden te bemachtigen. Maar eerst van het even ademhalen en genieten van 'vrije' tijd. Dan konden we dan weer wel als Montessori kroost zijnde. We kregen niet elke week een berg huiswerk op dat de volgende week af moest. Dan konden we even een weekje uitstellen zodat we de eerste week van het blok konden hangen in de keuzewerktijd.
Later, in de 4e en 5e, werd keuzewerktijd ook wel 'spijbelwerktijd' genoemd. Ik geloof niet dat ik in die 2 jaar ooit naar een keuzewerktijduurtje ben geweest. Want toen kwam de 2e fase en werd het voor ons meer klassikaal. Oppeens waren alle toetsen van tevoren gepland en moest je je daar aan houden. Woordjes konden worden opgezegd tijdens de les en andere werkzaamheden moesten worden ingeleverd. Maar het was nog steeds Montessori. lang leve de vrijheid..
